Het beloofde land (2) – Nieuwe buren

Met de komst van nieuwe overburen, zijn wij niet meer ‘de nieuwkomers’ op onze pier in Almere. Tegenover ons is een ouder stel komen wonen, hier beland vanuit het verre Alphen aan den Rijn. Eerste vraag die bij mij op kwam was waarom je in godsnaam Alphen aan den Rijn zou verruilen voor Almere, want in principe is het hetzelfde laken en pak. Maar goed, ik begrijp nog wel meer niet helemaal hier in Almere, maar met de komst van de nieuwe buren zal alles sowieso een stuk makkelijker worden om te begrijpen, want van het nieuwe stel weet hij tot nu toe van alles waar je het in leven maar iets over kan weten veel meer dan ik. Over hoe je met je hond om moet gaan, oftewel: Hoe wij met onze hond om moeten gaan, “Ik kan je zeggen, die hond van jullie is vals“, omdat onze hond hem een kleine snap omdat hij gaf niet meteen geaaid en geknuffeld wil worden. Of over tot hoe hoog je het beste een vlonder aan je waterterras kan bouwen, in verband met de stijging van de zeepspiegel “Weet jij hoeveel meter die zeepspiegel gaat stijgen?” “Eh.. nou ja, dat is lastig te zeggen, maar er zijn hier toch sluizen“. “Sluizen? Minimaal anderhalve meter.  Je moet helemaal geen houten palen nemen voor zo’n vlonder, maar stalen, met een nylon kous eromheen, ja?“. “Ja oke, doen we.. Nou, ik loop weer even verder.“).

Zij wonen aan het begin van de pier en aangezien hij zo’n beetje altijd voor het huis shag staat te roken omkom je er niet aan als ik onze (valse) hond uitlaat. Met zijn praatjes gooit ie een hengeltje uit en je moet echt van goede huizen komen om niet te bijten. (” Zo buurman, even de hond uitlaten?” ” Ja ja…….. ja klopt ja”). En voordat je het weet zit je weer in de collegebanken.  In die kleine week heb ik al heel erg veel geleerd van mijn overbuurman. Hoe je het schilderwerk het beste aan kan pakken, hoe je deurklinken moet vervangen, welke RAL-kleur het schilderwerk heeft (“Da’s 916, dat zie je zo. Ja mijn broer is aannemer, vandaar”.) 

Iedere keer begint hij zijn les met een vraag waarop hij zelf het antwoord zeker weet en waarvan hij weet dat ik, de leerling,  dat zeker niet weet. “Wat denk jij dat zo’n steiger op het water per dag kost?”. “Nou eh, geen idee…” En daar komt het antwoord.

Gisteravond zat ik even in mijn eentje op het terras aan de waterkant, kindje naar bed, vrouw een avondje weg. En wie staat er ineens aan de overkant op het bruggetje? Je weet het antwoord al. “Ik kom zo even langs”. “Eh, pardon? “Ik kom zo even langs, kan ik je nog vertellen over die deurklinken”. Meneer doet blijkbaar ook huisbezoekjes. “Nou, nee, dat komt niet zo goed uit.O nee? Je bent toch thuis?” “Nee, nee, morgenochtend zal vast wel lukken, misschien” . “Nee, dan zijn wij er niet“. “Oke, nou ja, andere keer dan, ja?.”Kan het nu echt niet?” “Nee, echt niet. Als je nu aanbelt wordt die hond helemaal gek. Valsheid, weetjewel“. Dat begreep hij dan weer wel.

Het Beloofde Land

Sinds twee en een halve week ben ik inwoner van de stad, waar ik een paar jaar geleden ‘nog niet dood gevonden had willen worden’. De stad van de levende doden, met de eindeloze buitenwijken en de kale zanderige vlaktes die voor woonwijken door moeten gaan.  De stad met een centrum waar een concentratiekampterrein nog vrolijk bij af steekt. De stad waar men alleen maar woont, niet leeft en waar de ‘ondoden’ zich na eindeloos in de file te hebben gestaan ’s avonds terugtrekken in hun zielloze nieuwbouwhuizen met twee auto’s voor de deur om daar met hun volgevreten buiken op veel te grote televisies naar de meest domme tv-programma’s te kijken en waar ze eens in de vier jaar in het stemhokje het vakje van de PVV op het stembiljet bijna kapot krassen, zo graag willen ze het vuurrood kleuren.

Zo dacht ik er jaren lang over, nu woon ik zelf in Almere. Nooit gedacht, toch gebeurd, zo is het leven. “Life is what happens to you, while you’re busy moving to Almere”. Tot nu toe is het meest vermoeiende aan wonen in Almere mijn grootstedelijke vrienden en collega’s uitleggen waarom ik hier ben gaan wonen. Ik hoor jou als lezer nu ook denken: “Maar waarom dan toch in godsnaam, Max??!“. Nou ja, je kent ze wel. Die redenen die je van je vrienden hoort die een kindje hebben gekregen en die je bijna nooit meer ziet: “Tsja, nu er een kindje is, is alles anders.. groter huis… veel groen… speeltuinen… kinderen spelen voor de deur… auto ook voor de deur…dichtbij een grote stad… goede prijskwaliteit verhouding…. best leuk hoor!” Bla bla, etcetera. Eén voor één legitieme redenen om hier in ‘Het beloofde land’ te gaan wonen, maar als je zegt dat je naar Almere bent verhuisd, moet je na de keiharde stilte die er dan valt wel in staat zijn om ‘Het Grote Waarom’ in een smooth verhaaltje van maximaal tien seconden keihard weten te pitchen, anders blijven de wenkbrauwen van je gesprekspartner permanent in opgetrokken stand staan.

Na twee en een halve week ben ik natuurlijk nog geen echte Almeriaan, maar ik ben wel aan het veranderen…. Ik geniet nu ineens van een bezoekje aan de supermarkt, waar het toch net iets minder druk is dan in de grote stad…. Ook ben ik in onze trapkelder een voorraad aan het aanleggen van lekker biertjes, pakjes groene en rode currypasta, grote pakken toiletpapier en flessen wijn die we ’s avonds op het terras opdrinken, terwijl we genieten van de weerspiegeling van de maan in het water…. Gisteren stond ik met de trein in vijfendertig minuten op Amsterdam-Centraal, vandaag heb ik een verrekijker gekocht (!) en ben binnen vijftien minuten naar de Oostvaardersplassen gefietst, waar ik wilde paarden en bizons vreedzaam zag grazen en grote groepen ganzen in formatie voorbij zag vliegen…. Als ik ’s ochtends met de hond de deur uitga, ruik ik geur van de boerderij aan de andere kant van de vaart en terwijl de diep oranje zon zich langzaam boven de mistige akker omhoog hijst en de lucht vanille kleurt, is er een grote kans dat ik ergens op een paaltje een valk zal zien zitten en voel ik me ineens intens gelukkig….Gelukkig!! Dit bericht typ ik op mijn ruime werkkamer (met dakterras) en dit bericht post ik via supersnel glasvezelinternet. Ik heb nog nooit zo goed geslapen als nu,  in onze ruime master bedroom en ik denk erover om motor te gaan rijden….  Kortom: What’s happening to me???!! 

Een ding weet ik zeker, voorlopig zal ik hier als ondode nog niet dood gevonden worden.

Wordt vervolgd.

 

Columnisme

Ik ben opgegroeid in de koude oorlog. Op dat moment wist ik helemaal niet wat dat was, ik las het in een geschiedenisboek. Een koude oorlog… zo koud vond ik het niet. En wanneer zou die oorlog dan beginnen? Ik snapte er niets van. Er was een ijzeren gordijn in het oosten en een Iron Lady in Engeland. Er was de dreiging van atoombommen, neutronenbommen, waterstofbommen. Doe Maar zong erover, Het Klein Orkest zong over de muur, mensen riepen “Liever een raket in m’n tuin dan een Rus in mijn keuken!”. Als kind vond ik dat een lastige keuze: Of een grote raket in je tuin, of anders een Rus. In de keuken. Wat een keuze zeg… Wat moest je kiezen? Zo’n ding met een kernkop, je hoeft er maar tegenaan te lopen en hij valt om, of een Rus, met een grote bontmuts die zittend op het aanrecht de balalaika speelt? Zou je ook gewoon mogen kiezen voor een schommel in de tuin en een glas ranja op het aanrecht?

De wereld was voor mij als kind toen misschien verwarrend, maar ook erg duidelijk; wij waren goed, en zij, de communisten, waren fout. O ja, en Ruud Lubbers was ook fout omdat hij die raketten in onze tuin wilde plaatsen. Meelopen in de anti-kernwapendemonstratie in Den Haag in 1983, uit een open raam klonk “Imagine” van John Lennon. Het gevoel van solidariteit, de massaliteit, onderdeel uitmaken van iets groots, iets goeds, dat alles maakte die dag in Den Haag als kind een enorme indruk op me. En vooral het bezoek aan de McDonalds (die toen net in Nederland was) na afloop. Communisme, bedankt!

Maar het communisme kwam ten val, leuk geprobeerd, maar het werkt niet in de praktijk, dat alles van iedereen is. Daar wordt misbruik van gemaakt, de mens zit blijkbaar anders in mekaar.

Dan maar lekker leven in vrijheid en dat is wat we doen. Gelukkig maar. Internet kwam en zorgde voor nog meer van die vrijheid. Iedereen kan tegenwoordig zijn verhaal kwijt en dat doet iedereen dan ook massaal. Op social media, in columns en blogs. Ik ook, hier op dit moment en u hoort mijn verhaal aan, dank u wel. Want veel verhalen en meningen blijven ongehoord. In plaats van dat wij hier in het westen ooit het communisme aan den lijve hebben ondervonden, leven we nu onder de dictatuur van het  ‘columnisme’.

Co-Lum-Nis-Me (het; o)

  1. maatschappelijke situatie waarin er eigenlijk meer meningen en verhalen zijn, dan dat er mensen zijn die ze willen aanhoren of lezen.

En ik doe daar vrolijk aan mee. Waarom? Ach, op je eigen website mag je toch schrijven wat je wilt? Kan ik af en toe ook even mijn ei kwijt. Weet niet of iemand het leest. Ik slinger mijn verhaaltjes de ruimte in en ik zie wel of ze ergens landen.

Net zoals de Russische hond Laika, het eerste levende wezen dat in de Koude Oorlog rond de aarde cirkelde, in de Spoetnik 2. Een hond… als eerste rond de aarde. Die gekke Russen! Helaas voor Laika was de Spoetnik 2 niet ontworpen om weer te landen op aarde. En dus kreeg de moedige maar onwetende Laika een ruimtegraf. Net zoals waarschijnlijk veel van mijn verhalen, die ik hier zal posten. Maar ik zal posten. Wekelijks.  Tenzij mijn nieuwe site wordt gehackt, door de Russen.

Welkom bij mijn blog!