Vervelend in plaats van vrijheid

Sinds de aanslagen op de Twin Towers in 2001, mogen we in het vliegtuig geen plastic flesjes met vloeistof meer meenemen, tenzij we deze na de douane, tegen een hoge prijs kopen. Vervelend, maar niet meer dan dat.

Nu zitten we in de nasleep van een ander soort crisis, eentje die al anderhalf jaar duurt en waarin wereldwijd veel, veel meer slachtoffers zijn gevallen, dan 100 of 200  Twin Tower-aanslagen bij mekaar. Er moet er in Nederland en veel andere landen een coronapaspoort ingevoerd worden, om bij het samenkomen van grote groepen mensen vast te stellen, dat deze mensen óf gevaccineerd zijn, óf onlangs corona  gehad hebben, óf zeer onlangs een test hebben gedaan, die bewijst dat ze op dat moment geen corona hebben. Ook kunnen we met dit paspoort, zoveel mogelijk het internationale reisverkeer weer normaal hervatten.

Een noodzakelijk A-B-C-tje, zo’n paspoort, zou je denken.  Een maatregel die past in de ‘stomme dingen’  die we meegemaakt hebben sinds de uitbraak van dit stomme virus, zoals de avondklok, de mondkap en doventolken op persconferenties. Vervelend, maar noodzakelijk, om zo snel mogelijk het vervelende op te laten houden.

Maar als er stomme dingen plaatsvinden, dan heb je mensen die die stomme dingen in stilte doormaken, hun lot in stilte dragen en je hebt de mensen die de stomme dingen, nog stommer weten te maken, door niet mee te werken aan de oplossingen voor die stomme dingen. In dit geval zijn dat de zogenaamde “vaccinweigeraars”,  door zichzelf soms ook wel “vrijheidsstrijders” genoemd.

Je herkent deze mensen op Facebook vaak aan het feit dat zij hun huisdier als profielfoto hebben ingesteld, dan wel de Nederlandse vlag, of een foto met bloemen die onscherp zijn gefotografeerd, met daarop een levensspreuk als “Alles mag er zijn”.  Want dat is het; een bonte gelegenheidscoalitie van  eenzame dierenliefhebbers, hooligans, en zwevers.  Zij eten wel frikandellen, slikken paracetemol en als zij naar Thailand op vakantie gaan nemen ze wel uit voorzorg een tetanus-prik, maar zodra het over een corona-vaccin gaat, dan weigeren ze ineens fel, want “je weet niet wat erin zit” of “het voelt niet goed”.

Prima zou je zeggen, die mensen moeten er blijkbaar ook zijn, je hebt de vrijheid om je niet te vaccineren. Maar met de invoering van de coronapas moeten deze mensen zich voortaan gratis gaan testen, voordat zij een evenement, theater, restaurant of cafe willen bezoeken en dat is vervelend.  Zeker in het geval van de horeca, ook in het handhaven, echt vervelend, weer een stom ding erbij in deze stomme tijd.

Maar het woord ‘vervelend’, wordt tegenwoordig gauw verward met het woord ‘vrijheid’.  Grote woorden worden van stal gehaald om het vervelende gevoel te omschrijven dat de coronapas oproept, zoals ‘dictatuur’,  ‘nazi-praktijken’ en helaas zelfs ook ‘jodenvervolging”.   Het ontbreekt deze mensen blijkbaar aan besef van de maat der dingen.  Ze beschouwen zichzelf als een vrijheidsstrijder, zijn een soort Anders Breivik-light, de vrijheidsstrijder die alleen zelf de vijand ziet.  Je zou ze bijna op snuffelstage willen sturen naar Wit-Rusland, Afghanistan, Noord-Korea, of één van de vele vele andere landen ter wereld, waar het pover is gesteld met vrijheid en mensenrechten, om te ervaren wat een dictatuur werkelijk is. Om ze eens een  échte vijand te geven, want nu dragen ze niets bij aan de oplossing van de problemen, ze veroorzaken alleen maar overlast.

Ondertussen zijn er in Nederland bekende cabaretiers, met goedgevulde bankrekeningen, die het nodig vinden deze ‘vrijheidsstrijders’ een hart onder de riem te steken, door weigeren op te treden met een coronaos, of door op alternatieve lokaties op te gaan treden om zo de coronaregels te omzeilen.

Deze acties zullen niets maar dan ook niets bijdragen aan het sneller tot een einde brengen van deze vervelende kuttijd vol stomme dingen, sterker nog; het zal de vrijheidsstrijders alleen maar sterken in hun denkbeeldige strijd met hun denkbeeldige vijanden en deze stomme tijd voorlopig nog stommer maken.

Ik hoorde gister een oude joodse mevrouw op de radio (niet 100% NL), die in de Tweede Wereldoorlog ondergedoken had gezeten, op een zolderkamertje in Amsterdam, in haar eentje, in doodsangst. Ze zei dat iedere keer als ze nu mensen hoort roepen: ‘Ze pakken onze vrijheid af!”, of “Het lijkt hier wel een dictatuur!”, dat er “een enorme woede in haar schiet”. “Welke vrijheid?!”, riep ze uit. Inderdaad; welke vrijheid?

Ik en vele andere artiesten, die diep in het rood staan, zijn blij dat we na 1,5 jaar zonder inkomen, straks weer op kunnen treden voor volle zalen en  mogen denken, zeggen, voelen, spelen en maken wat we willen en dat, met een beetje moeite, iedereen daarbij kan zijn.

Dat is niet vervelend, dat is de vrijheid.

 

Een jaartje niet spelen

Beste bezoeker van mijn site.

Door het coronagebeuren, zal ik komend seizoen niet te zien zijn in de theaters. Wellicht als bezoeker, maar niet als artiest. Ik gebruik dit jaar om een zogenaamde ‘sabbatical’ van het theater te nemen, na tien jaar onafgebroken touren. In het seizoen 2021-2022 ben ik weer te bewonderen, bewaar de rozen en slipjes tot die tijd. Voor lucratieve bedrijfs- of priveoptredens ben ik altijd te boeken. maxvandenburg@gmail.com

Forza Almere!

Aangezien ik van voetbal hou en altijd kan genieten van de geur van gras, bier en gegrilde worsten ging ik onlangs voor het eerst kijken bij de plaatselijke F.C. Almere City, die uitkomt in de zogenaamde ‘KeukenKampioen’-divisie. Iedere sponsor kan zijn naam verbinden aan deze ‘tweede’ competitie van Nederland, zolang ie maar genoeg betaalt. Bij onze zuiderburen heeft dat zelfs geleid tot een zogenaamde ‘Croky-cup’, waarbij ik mag aannemen dat deze cup niet letterlijk van chips is gemaakt.

Er stond een wedstrijd tegen FC Volendam (‘de vissers van de overkant’) op het programma en op een regenachtige zaterdagavond ging ik richting het Yanmar-stadion (gesponsored door, u raadt het al). Nou kom ik uit Eindhoven waar ik regelmatig de plaatselijke Philips Sport Vereniging bezocht, met een stadioncapaciteit van 35.000 mensen, tegenover 3000 in het Yanmar stadion, dus bij aankomst waande ik me, in plaats van in een voetbalstadion, op de Herdgang; het trainingscomplex van de Eindhovense club.

De geur van worsten die ter plekke in standjes rondom het stadionnetje gebraden werden kroop in mijn neus en wakkerde een stevige trek aan. Helaas lag het pinsysteem er volgens een man met een wit schort vol met vlekken uit, dus kon er alleen cash betaald worden. Wie heeft er vandaag de dag nog contant geld op zak? Dan maar zonder worst en zonder bier (ook pinstoring) mijn tribune opzoeken, die uiteindelijk niet hoger bleek te zijn dan een gemiddelde fietsenstalling van een middelbare school.

Wat ik niet wist, toen ik mijn kaartje online kocht, was dat de door mij uitgekozen tribune E2, het vak was met de randdebielen. Iedere club, groot of klein, kent een groep randdebielen. Randdebielen zijn mensen die niet echt debiel zijn, maar er wel dicht tegen aan zitten. De echte debielen zaten in een kleine tribune weggestopt achter het doel, waar “de harde kern” van Almere City huist. Met spandoeken als ‘Forza Almere”, “Ik hou van mijn stad!” en heroische liederen probeert een groep van een man of vijftig de tegenstander angst in te boezemen en het eigen team tot grote hoogten te stuwen. Toen de spelers het winderige veld op kwamen werden er in het debielenvak fakkels afgestoken, waardoor de kleine tribune zich vulde met rood licht en vooral veel rook, die onder het lage afdak bleef hangen. Moet geen pretje geweest zijn om daar te staan.

Terug naar de randdebielen. Vanaf de aftrap had vak E2 het voorzien op de scheidsrechter, die de schoonzoon van Frank de Boer bleek te zijn. Een man naast me, met een grote snor en een mond waarin nogal wat tanden ontbraken vertelde me dat de scheids de vorige keer Almere flink had benadeeld, dus bij iedere beslissing begonnen mannen van middelbare leeftijd met grote glazen bier in hun hand (wel contant geld op zak) te schreeuwen dat ie een klootzak was en beter in een orkest kon gaan fluiten. Hun zoontjes met petjes op lachten om wat hun vaders riepen. In de rust probeerde ik in de kantine (waar wel gepind kon worden) een broodje frikandel te bestellen, die maar niet wilde arriveren. Almere City stond inmiddels 1-0 achter tegen de vissers, dus besloot ik tribune E2 te laten voor wat het was en vanuit de kantine de wedstrijd verder te bekijken, wachtend op het broodje.

Ondertussen was er hommeles. Een klein groepje verstandelijk uitgedaagden zat in de kantine aan een tafeltje stevig bier te drinken, toen er een van hun maten binnen kwam die vertelde dat een van de supporters van de vissersclub dit en dat had gedaan, waardoor zij zeker nu zo en zo moesten gaan doen. Gevieren verlieten zij de kantine met gezwinde spoed, om verhaal te gaan halen bij de vissers en hen waarschijnlijk een lesje te leren! Spannend hoor!

Uiteindelijk ben ik voor het einde van de wedstrijd weg gegaan, zonder broodje frikandel. Toen ik terug naar mijn auto liep regende het nog steeds. Ik hoorde gejuich achter me, op mijn teletekst-app zag ik dat Volendam de 2-0 gemaakt had. Zal wel de schuld van de scheids zijn geweest. Forza Almere!

Het Beloofde Land

Sinds twee en een halve week ben ik inwoner van de stad, waar ik een paar jaar geleden ‘nog niet dood gevonden had willen worden’. De stad van de levende doden, met de eindeloze buitenwijken en de kale zanderige vlaktes die voor woonwijken door moeten gaan.  De stad met een centrum waar een concentratiekampterrein nog vrolijk bij af steekt. De stad waar men alleen maar woont, niet leeft en waar de ‘ondoden’ zich na eindeloos in de file te hebben gestaan ’s avonds terugtrekken in hun zielloze nieuwbouwhuizen met twee auto’s voor de deur om daar met hun volgevreten buiken op veel te grote televisies naar de meest domme tv-programma’s te kijken en waar ze eens in de vier jaar in het stemhokje het vakje van de PVV op het stembiljet bijna kapot krassen, zo graag willen ze het vuurrood kleuren.

Zo dacht ik er jaren lang over, nu woon ik zelf in Almere. Nooit gedacht, toch gebeurd, zo is het leven. “Life is what happens to you, while you’re busy moving to Almere”. Tot nu toe is het meest vermoeiende aan wonen in Almere mijn grootstedelijke vrienden en collega’s uitleggen waarom ik hier ben gaan wonen. Ik hoor jou als lezer nu ook denken: “Maar waarom dan toch in godsnaam, Max??!“. Nou ja, je kent ze wel. Die redenen die je van je vrienden hoort die een kindje hebben gekregen en die je bijna nooit meer ziet: “Tsja, nu er een kindje is, is alles anders.. groter huis… veel groen… speeltuinen… kinderen spelen voor de deur… auto ook voor de deur…dichtbij een grote stad… goede prijskwaliteit verhouding…. best leuk hoor!” Bla bla, etcetera. Eén voor één legitieme redenen om hier in ‘Het beloofde land’ te gaan wonen, maar als je zegt dat je naar Almere bent verhuisd, moet je na de keiharde stilte die er dan valt wel in staat zijn om ‘Het Grote Waarom’ in een smooth verhaaltje van maximaal tien seconden keihard weten te pitchen, anders blijven de wenkbrauwen van je gesprekspartner permanent in opgetrokken stand staan.

Na twee en een halve week ben ik natuurlijk nog geen echte Almeriaan, maar ik ben wel aan het veranderen…. Ik geniet nu ineens van een bezoekje aan de supermarkt, waar het toch net iets minder druk is dan in de grote stad…. Ook ben ik in onze trapkelder een voorraad aan het aanleggen van lekker biertjes, pakjes groene en rode currypasta, grote pakken toiletpapier en flessen wijn die we ’s avonds op het terras opdrinken, terwijl we genieten van de weerspiegeling van de maan in het water…. Gisteren stond ik met de trein in vijfendertig minuten op Amsterdam-Centraal, vandaag heb ik een verrekijker gekocht (!) en ben binnen vijftien minuten naar de Oostvaardersplassen gefietst, waar ik wilde paarden en bizons vreedzaam zag grazen en grote groepen ganzen in formatie voorbij zag vliegen…. Als ik ’s ochtends met de hond de deur uitga, ruik ik geur van de boerderij aan de andere kant van de vaart en terwijl de diep oranje zon zich langzaam boven de mistige akker omhoog hijst en de lucht vanille kleurt, is er een grote kans dat ik ergens op een paaltje een valk zal zien zitten en voel ik me ineens intens gelukkig….Gelukkig!! Dit bericht typ ik op mijn ruime werkkamer (met dakterras) en dit bericht post ik via supersnel glasvezelinternet. Ik heb nog nooit zo goed geslapen als nu,  in onze ruime master bedroom en ik denk erover om motor te gaan rijden….  Kortom: What’s happening to me???!! 

Een ding weet ik zeker, voorlopig zal ik hier als ondode nog niet dood gevonden worden.

Wordt vervolgd.

 

Columnisme

Ik ben opgegroeid in de koude oorlog. Op dat moment wist ik helemaal niet wat dat was, ik las het in een geschiedenisboek. Een koude oorlog… zo koud vond ik het niet. En wanneer zou die oorlog dan beginnen? Ik snapte er niets van. Er was een ijzeren gordijn in het oosten en een Iron Lady in Engeland. Er was de dreiging van atoombommen, neutronenbommen, waterstofbommen. Doe Maar zong erover, Het Klein Orkest zong over de muur, mensen riepen “Liever een raket in m’n tuin dan een Rus in mijn keuken!”. Als kind vond ik dat een lastige keuze: Of een grote raket in je tuin, of anders een Rus. In de keuken. Wat een keuze zeg… Wat moest je kiezen? Zo’n ding met een kernkop, je hoeft er maar tegenaan te lopen en hij valt om, of een Rus, met een grote bontmuts die zittend op het aanrecht de balalaika speelt? Zou je ook gewoon mogen kiezen voor een schommel in de tuin en een glas ranja op het aanrecht?

De wereld was voor mij als kind toen misschien verwarrend, maar ook erg duidelijk; wij waren goed, en zij, de communisten, waren fout. O ja, en Ruud Lubbers was ook fout omdat hij die raketten in onze tuin wilde plaatsen. Meelopen in de anti-kernwapendemonstratie in Den Haag in 1983, uit een open raam klonk “Imagine” van John Lennon. Het gevoel van solidariteit, de massaliteit, onderdeel uitmaken van iets groots, iets goeds, dat alles maakte die dag in Den Haag als kind een enorme indruk op me. En vooral het bezoek aan de McDonalds (die toen net in Nederland was) na afloop. Communisme, bedankt!

Maar het communisme kwam ten val, leuk geprobeerd, maar het werkt niet in de praktijk, dat alles van iedereen is. Daar wordt misbruik van gemaakt, de mens zit blijkbaar anders in mekaar.

Dan maar lekker leven in vrijheid en dat is wat we doen. Gelukkig maar. Internet kwam en zorgde voor nog meer van die vrijheid. Iedereen kan tegenwoordig zijn verhaal kwijt en dat doet iedereen dan ook massaal. Op social media, in columns en blogs. Ik ook, hier op dit moment en u hoort mijn verhaal aan, dank u wel. Want veel verhalen en meningen blijven ongehoord. In plaats van dat wij hier in het westen ooit het communisme aan den lijve hebben ondervonden, leven we nu onder de dictatuur van het  ‘columnisme’.

Co-Lum-Nis-Me (het; o)

  1. maatschappelijke situatie waarin er eigenlijk meer meningen en verhalen zijn, dan dat er mensen zijn die ze willen aanhoren of lezen.

En ik doe daar vrolijk aan mee. Waarom? Ach, op je eigen website mag je toch schrijven wat je wilt? Kan ik af en toe ook even mijn ei kwijt. Weet niet of iemand het leest. Ik slinger mijn verhaaltjes de ruimte in en ik zie wel of ze ergens landen.

Net zoals de Russische hond Laika, het eerste levende wezen dat in de Koude Oorlog rond de aarde cirkelde, in de Spoetnik 2. Een hond… als eerste rond de aarde. Die gekke Russen! Helaas voor Laika was de Spoetnik 2 niet ontworpen om weer te landen op aarde. En dus kreeg de moedige maar onwetende Laika een ruimtegraf. Net zoals waarschijnlijk veel van mijn verhalen, die ik hier zal posten. Maar ik zal posten. Wekelijks.  Tenzij mijn nieuwe site wordt gehackt, door de Russen.

Welkom bij mijn blog!